Skip to main content

You are here

 

Do’s-and-don’ts op de pechstrook: een overzicht

Stoppen op de pechstrook is niet zonder risico. Geregeld leidt het tot ongevallen met dodelijke afloop. Bovendien is het aantal situaties waarin je je op de pechstrook mag begeven beperkt.

 

Niet de plek om te telefoneren of te picknicken

Je voelt hoe je maag gromt, vermoeidheid de kop opsteekt of je blaas dreigt over te lopen. Het is in zulke situaties verleidelijk om de wagen gauw de pechstrook op te rijden en te doen wat je moet doen. Helaas is dat verboden. De pechstrook is geen picknickplek of plashalte. Telefoneren is er, net zoals op de weg, eveneens verboden. Slapen? Ook dat is niet toegelaten.

 

De reden is eenvoudig: de pechstrook is een levensgevaarlijke plek. Auto's schieten voorbij tegen 120km/u. De kans dat je bij het uitstappen aangereden wordt, is groot.

 

Wat te doen? Wil je de wegenkaart openvouwen, een dutje doen of gauw de hond uitlaten? Rij dan tot het eerstvolgende wegrestaurant. Daar kan je veilig de wagen verlaten.

 

Alleen in uiterste nood mag je halthouden op de pechstrook

In een aantal gevallen is het toegelaten om halt te houden op de pechstrook:

  • Je raakte betrokken bij een auto-ongeval.
  • Wegens autopech ben je niet in staat om verder te rijden tot de eerstvolgende afrit of parking.
  • Je hebt lading verloren of je dreigt lading te verliezen.
  • Als bestuurder heb je te kampen met medische klachten die te ernstig zijn om verder te rijden. Je zou jezelf, je passagiers en andere voertuigen in gevaar brengen.

Let op: leidt een noodstop op de pechstrook tot een ongeval, dan zal de verzekering uitsluitend tussenbeide komen wanneer een van bovenstaande redenen bewezen kan worden. Hou dan ook alleen in uiterste nood halt op de pechstrook.

Hoe gedraag je je op de pechstrook?

Is het niet anders mogelijk dan te stoppen op de pechstrook, dan neem je het best een aantal regels in acht.

  • Parkeer je wagen zo dicht mogelijk bij de vangrail.
  • Jijzelf en alle passagiers trekken een fluohesje aan.
  • Op een honderdtal meter achter de wagen plaats je de gevarendriehoek.
  • Vervolgens wacht je achter de vangrail de komst van de hulpdienst af. Je wacht nooit op de pechstrook zelf.

Weetje: laat je wagen nooit langer dan 24u achter op de pechstrook. Je riskeert zo een fikse boete. Is je wagen defect en kan hij ter plaatse niet hersteld worden? Dan laat je hem meteen wegslepen.

 

Veiligheid op de weg is belangrijk. Ontdek op welke manieren je meehelpt aan een veilig wegverkeer.

Interesse in meer tips en exclusieve promo's?

Door dit te versturen gaat u akkoord met de privacy voorwaarden

Deel dit artikel

Meer weten overTips